Broeder Frans

Onze leefregel

De Vereniging van Broeder Frans bestaat sinds 1983. Een aantal mensen wilden een onderling verband van franciscaanse mensen, protestant en katholiek, die elkaar in regionaal en nationaal verband met enige regelmaat zouden ontmoeten. Gaandeweg is het verlangen naar een leefregel ontstaan, een tekst waarin zij hun gezamenlijke bezieling uitspraken. Die tekst is vanaf 1988 regelmatig bijgesteld. Dit is een samenvatting van onze huidige versie.

 

Uit het hoofdstukje : Stilte, viering en gebed.

Voor Franciscus en Clara waren lofzang, dankzegging en voorbede vanzelfsprekend. Wij geven het gebed een vaste plaats in ons leven. God is de bron en het doel van al ons bidden. Wij loven God en brengen de dagelijkse noden van ons en onze medemensen voor de Allerhoogste. Zo ontdekken wij het geheim van ons leven.

 

Uit het hoofdstukje : Gods volk onderweg.

De wijze waarop we gestalte geven aan het evangelie en aan onze verbondenheid met een kerk is verschillend. We zijn dankbaar voor al het goede dat de kerken hebben voortgebracht. Over andere godsdiensten spreken we met eerbied. We erkennen dat er vele mogelijkheden zijn om de Eeuwige op het spoor te komen. Waar mogelijk zoeken we dialoog en discussie.

 

Uit het hoofdstukje : Omgang met broeders en zusters in onze vereniging.

Wij zijn mensen die elkaar toevallen op grond van onze keuze voor een franciscaanse leefwijze : radicaal, eenvoudig en vreugdevol. De verscheidenheid van levensvormen en karakters ervaren we als een groot goed. Het vraagt aandacht en zorg om open met elkaar in gesprek te blijven, ieder in zijn of haar waarde te laten en elkaar waar nodig te steunen. We genieten van de momenten waarop we elkaar ontmoeten. Gastvrijheid is vanzelfsprekend in onze vereniging.

 

Uit het hoofdstukje : Omgang met bezit.

Franciscus en Clara wilden leven als broeder en zuster van al het geschapene, open om te ontvangen, om te delen en om los te laten. We proberen eenvoudig te leven, Het geld, de goederen en de macht die we hebben proberen we zo te gebruiken dat we de aarde eren en de mensen dienen. We delen graag met elkaar en met anderen die een beroep op ons doen. We geloven dat dit bijdraagt aan meer rechtvaardigheid en vrede in onze wereld. Als we tekort komen of denken iets nodig te hebben, doen we onbevangen een beroep op elkaar. We streven ernaar om in eerbied en dankbaarheid te genieten van wat moeder aarde ons geeft.

 

Uit het hoofdstukje : Arbeid.

We willen doen waartoe God ons geroepen heeft en onze talenten ten volle benutten in een geest van aandacht en toewijding. Arbeid maakt liefde zichtbaar en geeft vorm aan ons verlangen dat de hele wereld tot haar recht komt. We willen ons niet door onze bezigheden laten opslokken. We willen mensen zijn die tijd hebben. Haast verstoort de aandacht voor onze medeschepselen.

 

Uit het hoofdstukje : Omgang met wat ons en anderen overkomt.

Tegenslag was voor Franciscus een proef op de som. Het is gemakkelijk te leven als alles meezit. Door tegenslag wordt helder hoe kwetsbaar we zijn, hoe diep ons geloof is, hoe sterk ons geduld en ons vertrouwen. Tegenslag is ook een proef op de som waar het broeder- en zusterschap betreft. Tegenslag kan de verbondenheid verdiepen.

 

Uit het hoofdstukje : Deugd en ondeugd.

We schieten vaker tekort dan ons lief is. Daarvoor willen we ons niet verschuilen en geven onze fouten ruiterlijk toe, herstellen waar mogelijk en vragen om vergeving. Als we ons aan anderen ergeren, onderzoeken we eerst ons eigen aandeel. Waar mensen onrecht wordt aangedaan of waar de schepping wordt aangetast, willen we niet zwijgen. We willen bijdragen aan het herstel van goede verhoudingen.

 

Soms lukt het ons en dan prijzen we God.
Soms lukt het niet; ook dan prijzen we God èn proberen het nog eens.